Hoe zien we? Van licht tot beeld
Je oog is een bol met een doorsnede van gemiddeld 2,3 centimeter. Het ligt beschermd in de oogkas, samen met je oogleden en wimpers. Zien begint met licht. Dat valt via het heldere hoornvlies en de pupil naar binnen, de ooglens stelt het beeld scherp en het netvlies achter in je oog vangt het op. Het netvlies zet het licht om in elektrische signalen, die via de oogzenuw naar je hersenen gaan. Je hersenen maken daar de beelden van die je ziet. Het Oogfonds laat de anatomie van het oog ook stap voor stap zien. Dit zijn de belangrijkste onderdelen:
- Hoornvlies: het heldere venster aan de voorkant, dat het licht goed op het netvlies laat vallen.
- Iris en pupil: de iris geeft je oog zijn kleur en regelt via de pupil hoeveel licht er binnenkomt.
- Ooglens: stelt scherp op veraf en dichtbij.
- Glasvocht: een heldere gel die het oog vult en zijn ronde vorm geeft.
- Netvlies en macula: zetten licht om in signalen; in de macula zie je het scherpst.
- Oogzenuw: brengt de signalen naar je hersenen.
Daarnaast zorgen zes oogspieren ervoor dat je oog alle kanten op kan bewegen. Traanvocht aan de buitenkant houdt je oog schoon en beschermt het tegen ziektekiemen.
De voorkant: hoornvlies, iris, pupil en lens
Het hoornvlies is het heldere, iets bolle deel aan de voorkant van je oog. Het zorgt ervoor dat het licht goed op het netvlies terechtkomt. Is het hoornvlies niet helemaal rond maar wat ovaal, dan heet dat astigmatisme of een cilinderafwijking. Achter het hoornvlies zit kamerwater, een heldere vloeistof die het hoornvlies en de lens voedt en afvalstoffen afvoert.
De iris is het gekleurde deel van je oog. In het midden zit de pupil, de zwarte opening waardoor het licht naar binnen gaat. In het donker wordt de pupil groter, in fel licht kleiner. Direct achter de iris ligt de ooglens. Die kan boller of platter worden, zodat je zowel veraf als dichtbij scherp ziet. Dat heet accommoderen, en je lichaam regelt het vanzelf.
Na ongeveer je 40e wordt de lens stroever, waardoor dichtbij scherp zien lastiger wordt. Dat is ouderdomsverziendheid. Wordt de lens troebel, dan heet dat staar. Of je scherp ziet, hangt ook af van de lengte van je oog. Is de oogbol te lang of breekt het oog het licht te sterk, dan valt het beeld vóór het netvlies en ben je bijziend. Is de oogbol te kort of de breking te zwak, dan valt het beeld erachter en ben je verziend.
De achterkant: glasvocht, netvlies, macula en oogzenuw
Het grootste deel van je oog is gevuld met glasvocht, een heldere gel die tegen het netvlies aan ligt. Met het ouder worden kan het glasvocht dikker worden en gaan klonteren. Die troebelingen geven zwevende vlekjes of sliertjes in je zicht. Ook kan het glasvocht krimpen en loslaten van het netvlies. Zie je plotseling veel nieuwe vlekjes, lichtflitsen of een gordijn in je zicht, bel dan direct je huisarts of de huisartsenpost.
Het netvlies bekleedt de achterkant van je oog en bevat twee soorten lichtgevoelige cellen. Kegeltjes heb je nodig voor scherp zien en kleuren; werkt een soort kegeltje anders, dan kun je kleurenblind zijn. Staafjes gebruik je vooral in de schemering en in het donker. In het midden van het netvlies ligt de macula, ook wel de gele vlek. Daar zitten de lichtgevoelige cellen dicht op elkaar en zie je details, kleuren en contrast het best. Bij maculadegeneratie gaan die cellen achteruit en wordt vooral het midden van je beeld wazig of vervormd.
De oogzenuw verzamelt de signalen van het netvlies en brengt ze naar je hersenen. Op de plek waar de oogzenuw het oog verlaat, ontbreekt het netvlies: dat is de blinde vlek. Raakt de oogzenuw beschadigd, zoals bij glaucoom, dan kunnen delen van je gezichtsveld wegvallen. Dat begint meestal aan de randen, vaak zonder dat je het merkt.
Veelgestelde vragen over hoe het oog werkt
Licht valt via het hoornvlies en de pupil naar binnen en de lens stelt het beeld scherp. Het netvlies zet het licht om in signalen, die via de oogzenuw naar je hersenen gaan.
De iris regelt via de pupil hoeveel licht er binnenkomt. In het donker wordt de pupil groter en in fel licht kleiner.
Kegeltjes heb je nodig voor scherp zien en kleuren. Staafjes gebruik je vooral om in de schemering en in het donker te zien.
De gele vlek of macula is het midden van het netvlies. Daar zitten de lichtgevoelige cellen dicht op elkaar en zie je details, kleuren en contrast het best.
Benieuwd hoe jouw ogen het doen? Je vindt ons aan de Generaal Cronjéstraat 86 in Haarlem. Bel ons op 023 5254 131 of maak een afspraak via de online agenda op onze contactpagina.
Deze informatie is algemeen en vervangt geen medisch advies. Van der Geest Optiek heeft op dit moment geen oogarts of hbo-gediplomeerde optometrist in dienst. Wij meten je ogen als gediplomeerd opticien en verwijzen je bij twijfel door via je huisarts. Aan de informatie op deze pagina en aan kennelijke vergissingen of typefouten kunnen geen rechten worden ontleend.




